bewoner 3

Station to Station– (Blijven) wonen in het Jongerenklooster volgens Zr. Henk

Door Mirjam Deckers

 

Afgelopen week kreeg ik van een vrijwilliger van Klooster Nieuw Sion de vraag: “Ben jij één van de jongeren die heeft besloten hier langer te blijven wonen?” Ik heb zeer eerlijk geantwoord: “Nou, eigenlijk heb ik al meerdere keren besloten om langer te blijven…” Het geval wil namelijk dat ik aanvankelijk tot december in het Jongerenklooster zou blijven wonen – dat wil zeggen: december 2018. 1 september 2018 stapte ik de drempel van mijn nieuwe kamer over. De verhuisdozen parkeerde ik in de gigantische kluis – de kamer in kwestie is die van de voormalige penningmonnik – zodat ik ze drie maanden later, wanneer ik weer terug zou gaan naar het Hoge Noorden, weer netjes mee zou kunnen nemen zonder al te veel gedoe. Drie maanden is immers genoeg om je leven weer op de rails te krijgen, toch?

Het liep anders. Op het moment dat ik dacht de trein des levens inderdaad weer netjes op de rails te hebben, denderde die ongenadig hard door. Station na station bleek ik nog te moeten passeren voor ik me klaar voelde om het klooster te verlaten. Die dollemansrit is nog altijd niet voorbij. Er is zo’n leuk liedje van David Bowie met de toepasselijke titel Station to Station, waarin hij zingt: “There are you, you drive like a demon from station to station,” een tekst die redelijk goed typeert hoe mijn leven als jongerenkloosterling hier ongeveer voelt, met als enige verschil dat ik mezelf niet per se zie als een demon – hoera! – maar wel dat de stations die ik passeer zo kunnen voelen. Wonen in het Jongerenklooster is voor mij een paradox: hoe langzamer ik mijn leven leef en hoe meer stations ik passeer, hoe meer innerlijke demonen ik tegenkom waar ik mee moet vechten. Toch is dat juist wat ik hier misschien wel het meest waardevol vind. Ons bestuurslid Ingeborg citeerde bij ons éénjarig bestaan afgelopen maand de rake woorden van Donovan Leich: “Als je vrij wilt leven, neem je tijd, ga langzaam. Als je je droom wilt leven, neem je tijd, ga langzaam.” En zo is het maar net. Doordenderen heeft geen zin. Ik kan wel als een heuse intercity of zelfs een hogesnelheidstrein blijven leven, maar dan komt er een punt dat ik ontspoor. Doe mij maar een leven als boemeltje, waarbij ik ieder station aandien, de onrust in mijzelf recht in de ogen kijk en zo misschien een stukje dichterbij die innerlijke vrede kom.

De verhuisdozen in mijn kluis werden uitgepakt in februari, ik vroeg een halfjaar verlenging aan, zegde mijn werk in Groningen op in maart en nam in augustus het besluit om hier mogelijk nog tot februari 2020 te blijven. Het boemeltje tuft lekker door. Soms is het zwaar en roep ik dat ik hier acuut weg wil. Maar dan zitten daar mijn medepassagiers, mijn huis- en reisgenoten, en gebeuren er schitterende dingen waar ik intens vrolijk van word. Er wordt samen gebeden, gegeten en gepraat, maar er wordt evengoed dolle muziek geschreven, voetje-van-de-vloer gespeeld, marionetten gebouwd of met nerfpistolen geknald. En zo kan het in het Jongerenklooster zomaar gebeuren dat een dollemansrit uitdraait op iets wat me zowaar leert vertragen, waarbij ik geniet van de reis en me zelfs eindelijk thuis voel.

Wonen in het Jongerenklooster is voor mij een paradox

♥ Mirjam

MAAK KENNIS
MET DE BEWONERS