bewoner 4

Hein

Een vrijdag in het Jongerenklooster

Er zijn in het jongerenklooster twee soorten ‘religieuzen’. Je hebt monniken met een ochtendhumeur en je hebt zusters die reeds voor ze uit bed stappen vrolijk beginnen te kakelen. Het moge duidelijk zijn tot welke categorie de schrijver van deze zinnen behoort. Hij staat daarom op vrijdag vroeg op, zodat hij nog voor het ochtendgebed in rust kan ontbijten. Zalig ochtendgloren. Wanneer om tien voor acht de klokken luiden, klinkt er gestommel en worden vlug enkele hoofden onder de kraan gestoken en slaapwimpers uitgewreven. Om het hart voor de Eeuwige te openen zullen eerst de oogjes open moeten.

Om acht uur begint het gezamenlijke ‘programma’, gewoon net als elke morgen, met de lof Gods. Want of je nu wel of geen ochtendhumeur hebt en of je nu een wilde droom of een vredige nachtrust had, het ochtendgebed staat in het teken van de lof aan de Ene, die zoveel groter is dan wij durven dromen.

Na het ochtendgebed ontbijten de meeste huisgenoten vrolijk kakelend in de woonkeuken. Anderen, zoals ondergetekende, zoeken nog even de rust van hun kamer of van het begroeten van de kippen. Om kwart voor negen wordt de koffiemolen aangeslingerd, een belangrijk interreligieus ritueel. Een eventuele spreker wordt bij de poort opgehaald en om negen uur gaat het los.

We behandelen een onderwerp binnen het maandthema. Het maandthema van deze maand is “Iconen en beelden van God.” Afgelopen vrijdag kwam Reinier Sonneveld langs met de vraag “Waar is God?”. Dat hij met die vraag naar een klooster kwam is lofwaardig, maar we hebben hem verteld dat je om God te vinden niet het klooster in hoeft. Rond lunchtijd is hij dan ook weer vertrokken. Tijdens het ochtendprogramma leidde Reinier ons langs enkele concepten uit de theologie, die betrekking hadden op de vraag waar God is. Ook liet Reinier ons een aantal oefeningen doen om beter na te denken over je eigen beeld van God. Dat komt misschien schools over, maar als leerling van Jezus is dat misschien geen gek gevoel. En bovendien denk je over een levensgroot onderwerp na met huisgenoten met wie je elke dag in de kapel bid, waarvan je met de ene nog hebt hardgelopen en met de ander onenigheid had over het beeld van een schone badkamer. Het dagelijks samen bidden en zo’n vrijdagochtend verdiepen dat hardlopen en maken zo’n meningsverschil echter.

Aan het einde van de vrijdaglunch bespreken we hoe ieder zijn labora-tijd van die middag wil invullen. Sommige homies vinden het prettig om iets gezamenlijks te gaan doen en ondertussen te praten. Anderen hebben meer behoefte aan eigen bezigheden. Benedictus was zo gek nog niet toen hij stelde dat iedere monnik dagelijks zijn handen uit de mouwen dient te steken. Na zo’n vrijdagochtend denken en praten over een onderwerp vind ik het heerlijk om bijvoorbeeld de fietsband van zr. Annie te vervangen, het kippenhok schoon te maken of de heg te snoeien. Even geen anderen om je heen en geen nieuwe informatie. Terwijl je fysiek eenvoudig werk aan het doen bent, ontstaat er in je hoofd alle ruimte om de gebeurtenissen, woorden en gedachten van die ochtend nog eens voorbij te laten gaan.

Om vier uur ronden we het vormingsprogramma af. Iedereen vertelt kort waar hij/zij die dag bij stil heeft gestaan.

De vorming, de groei, de flow, of wat voor hippe naam je het ook wilt geven, beperkt zich gelukkig niet tot de vrijdag. Doordat er een monastiek-theologisch thema wordt behandeld, heb je in het Jongerenklooster gelijk een unieke plek om nieuwe dingen te oefenen. Bijvoorbeeld het doen van lectio divina – een vorm van Bijbellezen – het ‘toepassen’ van Ignatiaanse spiritualiteit of het werken aan een monastiek manifest. Soms heb je het er later die week met een huisgenoot nog over, en soms ook niet.

Het is hier gelukkig geen instelling, maar een buitengewoon (studenten)huis. Het is prima om na zo’n dag vol mensen heerlijk met een boek of een serie op de bank te duiken, maar gebeurd ook regelmatig dat je na zo’n kloosterdag elkaar met ‘nerf guns’ achtervolgd, een boom staat om te zagen of Monty Python kijkt. En of je nu de meeste of de minste ‘kills’ had met je nerf gun, om tien uur ’s avonds gaan de klokken en loop je naar de kapel om samen de dag bij God te brengen en je leven in zijn handen toe te vertrouwen.

“U alleen Heer laat mij leven, ongestoord, vol vertrouwen” klinkt het nog na in mijn hoofd als ik na het nachtgebed in stilte door de kloostergang loop, terwijl ik ondertussen een verdwaald nerf-pijltje opraap. Het is goed om hier te wonen en dat gun ik meer mensen.

Was getekend,

br. Hein

MAAK KENNIS
MET DE BEWONERS