Het Levensgebed, een oefening voor elke dag

Thnx! Sorry. Alstublieft.
In de spiegel kijken voor meer kleur

De dagen in de corona-era glijden allemaal even grijs voorbij. Je zou er zélf grijs van worden, saai of zelfs somber. Al vijf eeuwen lang bidden mensen een bijzonder gebed, dat helpt om te ontdekken dat zelfs de meest grijze dag kleur heeft, waardoor je ontdekt dat er hoogtepunten zijn, zelfs op een dag dat je niets beleeft.

Je spreekt het uit – het is een gebed – tegen God. Als je niet gelovig bent, bedenk dan dat God een woord is dat wij gebruiken voor een kracht die we voelen in onszelf en buiten onszelf. Wij kennen niet al zijn (haar?) namen en we weten niet in welke gedaante hij zich aan jou wil voordoen.

Volgens de heilige ridder Ignatius van Loyola (1491-1554) moet je deze oefening minstens één keer per dag doen. Ieder uur mag ook. En sindsdien ontdekken dus al vijfhonderd jaar steeds weer nieuwe mensen hoe waardevol het is. Het gaat zo:

Thnx!
Denk terug aan de voorbije dag, en herinner je datgene waar je dankbaar voor bent – ook al is het nog zo pietluttig of onbenullig. Wat was er vandaag dat even een glimlach op je gezicht bracht? Wat gaf je even rust, wat troostte je, wat vulde je hart? Sta daar lang bij stil, en bedenk je wat het is, dat deze ervaring, deze muziek, geur, deze mens, deze gewoonte, je zo’n vervuld gevoel gaf? En zou het kunnen dat deze dingen zorgen voor je menswording? En zou je dus groeien als mens als je deze ervaringen elke dag even op een klein voetstukje zet?
Opdracht: Geef je dankbaarheid terug. Aan de gever. Of je die nu God noemt, of Moeder Aarde, of Iets, of Niets… Geef je dankbaarheid terug. Geef er woorden aan. En geniet van de ontspannenheid dat je niet zélf de momenten van dankbaarheid hoeft te creëren of bevechten. Die krijg je gewoon in de schoot geworpen. Thnx!

Dit eerste punt is zo belangrijk in het levensgebed, dat als je weinig tijd hebt, je punt 2 en 3 gerust laat zitten.

Sorry

Vind nu – getroost – de moed om in de diepte te kijken van wat er niet goed was, de voorbije dag. Datgene wat op de bodem van je bestaan verdriet heeft doen aanslibben, een gevoel van onvervuldheid, leegte, onrust. Ook in wat jezelf deed: datgene waarin je niet het leven en de vreugde hebt gedeeld, maar eerder iets van verval, verrotting of zelfs ‘dood’.
Stel jezelf de vraag waaróm je niet bent ingegaan op de uitnodiging van God om het goede te doen, het leven te zoeken. Je durft het onder ogen te komen, want je hebt net uitgebreid stilgestaan bij dat ook vandaag de dankbaarheid je als een genade overvallen heeft. Bied je excuus aan voor de momenten dat het je niet lukte zo te leven als je wilt. En merk wat er gebeurt als je dat doet: je vraagt vergeving, en je wint verlangen. Om jezelf bij te sturen. Verlangen naar méér leven, dichter bij God.

Alstublieft

Pas ná de dankbaarheid en ná de verzoening, mag je plaats inruimen voor het formuleren van voornemens. Blijf bedenken dat je een erkennende en ontvangende positie inneemt. Wat wil je teruggeven aan de wereld, aan jezelf, aan de medemens, aan God? Wat zijn je werkpunten?
Vergeet niet om steun te vragen aan God voor het werken aan die voornemens. Je kunt niet zonder hulp, en dat hoeft ook niet.

Wil je in deze moeilijke tijd voor jou persoonlijk of voor iemand anders laten bidden, of wil je met ons delen wat het bidden van het Levensgebed met je doet? Stuur dan een mail naar gebed@jongerenklooster.nl.

Vertrouwelijke omgang

Zaterdag hadden bestuurs- en teamleden van het Jongerenklooster een droom-dag: over de toekomst. Voorzitter Hans Bügel opende met een mooie overweging. En omdat hij die toch had opgeschreven, is hij eenvoudig te delen. Bij deze. Hans zei:

“Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God.“ Het zijn woorden van psalm 42 die ik associeer met het Jongerenklooster. Een eeuwenoude tekst van Korachieten die misschien wel iets universeels uitdrukken. De onrust die mensen waarschijnlijk allemaal in zich voelen, maar die vakkundig wordt weggedrukt door afleiding te zoeken in andere dingen. Wij leven in een tijd waarin het voortdurend zoeken naar afleiding is ingebakken in onze cultuur. Wij hoeven die onrust over God niet toe te laten; sterker nog wij zijn in staat om die onrust te negeren door onszelf een juk op te leggen van prestaties en er een pluk de dag mentaliteit op na te houden. Hard werken, veel presteren, verstrooiing zoeken op social media, in games of in genotmiddelen waardoor ons brein en gevoel even worden verdoofd.

Het is waarschijnlijk in meer of mindere mate voor ons herkenbaar. Een jachtig leven met veel verplichtingen; verplichtingen die anderen ons opleggen of wij onszelf opleggen. Daarmee bestaat het risico dat je jezelf verliest en er geen tijd en ruimte meer is om mens te zijn. Mens-zijn is toch iets van die vertrouwelijke omgang hebben met God; zoals God in het paradijs, in de koelte van de avond, wandelde, omgang had, met Adam en Eva. Dat is misschien wel het summum van verstilling en tot jezelf kunnen komen.

En voor veel jonge mensen van vandaag geldt dat ze zoekend zijn naar zichzelf, onder grote druk staan om aan alle verwachtingen te voldoen die anderen van hen hebben. Bovendien gaan ze vaak ook gebukt onder eigen verwachtingen. En juist voor hen kan het Jongerenklooster van betekenis zijn. Dat is gebleken in de afgelopen twee jaren. Jonge mensen een plek bieden om naar hun eigen innerlijk te luisteren, maar ook om die heilige onrust boven te laten komen; dat verlangen naar God.

Het is indrukwekkend wanneer we ons bedenken dat duizenden jaren geleden er mensen waren die nota bene diezelfde onrust voelden. Waar is God, wie is Hij en wie wil Hij voor mij zijn? Anno 2020 is dat niet veranderd. En dan te bedenken dat de mensen van toen nog minder zicht hadden op God. Zij kenden Jezus niet. Wij hebben God leren kennen door Jezus. In de statuten van het Jongerenklooster wordt verwezen naar de geloofsbelijdenis van Nicea als voorwaarde voor het bestaan van het Jongerenklooster. Over Jezus zegt deze belijdenis onder andere dat wij geloven ‘in één Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God;’

Dat is een uitdaging om jonge mensen de ruimte en de omgeving te bieden om die onrust aan te boren die in ieder mens zit; de zoektocht naar God. Als het Jongerenklooster een kleine bijdrage mag leveren aan die zoektocht dan is dat zeer de moeite waard. Al was het maar dat jongeren ontdekken dat het gezond is dat er diep van binnen altijd heimwee is naar God. Al was het maar een kleine bijdrage om jongeren iets te mogen laten ervaren van wat David schreef in psalm 25, ook alweer eeuwen geleden: ‘Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan.’ Dan komen jonge mensen tot hun recht en uiteindelijk tot rust waardoor zij hopelijk, samen met ons, kunnen zeggen en zingen: ‘Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.’

Credo met geluid

In de vorige post beloofden we je een geluidsbestand van het credo. Maar noch componist Jan Willem van Holst, noch tekstdichter Catharinus zijn daarvoor voldoende bij stem. Hulp werd gevraagd aan en geboden door Joanne van der Lugt. En wel compleet: met de ingezongen melodie, de ingezongen tweede stem én de harmonisatie. Dank Joanne! Ondertussen zetten componist en dichter de laatste puntjes op de i (om precies te zijn achter de j), en hier is het eindresultaat dan.

Dit is de bladmuziek: Credo, bladmuziek def.

Dit is de eenstemmige versie:

Dit is de tweede stem:

En zo klinkt het samen:

Als je iets wilt lezen over het ontstaan van dit lied in het Jongerenklooster, dan vind je hier ons Pinkster-essay.

Mocht je het lied willen uitvoeren, bijvoorbeeld in een viering, laat het ons dan even weten. We zijn benieuwd hoe het lied landt en ervaren wordt. Mail: catharinus@jongerenklooster.nl.

Zingen!

Dit is het lied waar ons Pinkster-essay over ging. Het credo, geïnspireerd op de geloofsbelijdenis van Nicea en op de tekst waarin we de spirituele kern van het Jongerenklooster verwoorden. Tekst: Catharinus. Melodie: Jan Willem van Holst. Zingen maar! We zijn eigenlijk wel benieuwd naar reacties/opnames. Mailen kan naar catharinus@jongerenklooster.nl.

Dit is het lied waar ons Pinkster-essay over ging. Het credo, geïnspireerd op de geloofsbelijdenis van Nicea en op de spirituele kern van het Jongerenklooster. Tekst: Catharinus. Melodie: Jan Willem van Holst. Zingen maar! We zijn eigenlijk wel benieuwd naar reacties/opnames. Mailen kan naar catharinus@jongerenklooster.nl.

Pinksteren 2020: Ik geloof… Maar wat eigenlijk?

‘Kun jij niet een nieuw credo schrijven?’, vragen een paar bewoners van het Jongerenklooster. Ze bedoelen een geloofsbelijdenislied. Ik snap de vraag en schrik ervan.
De liturgie van het middaggebed dat we net samen hebben gebeden, bevat altijd een credo, een geloofsbelijdenis. Een goede gewoonte: midden op de dag al je bezigheden stilzetten, en uitspreken waaróm je de doet wat je doet. Maar zelfs de oudste en kortste tekst, de Apostolische Geloofsbelijdenis, is met haar twaalf artikelen nog altijd best lang, zeker voor een getijdengebed van hooguit een half uur. Gezongen – we zingen graag – al helemaal. Tenzij je kiest voor het lied ‘klein credo’ van Joke Ribbers (Wij geloven een voor een), drie kleine coupletjes op een melodie van Bernard Smilde.
Dat laatste werd het dus, steeds vaker. En zoals de meeste liederen, blijkt het niet bestand tegen dagelijks gebruik. Vandaar de vraag: ‘Kun jij niet een nieuw credo schrijven?’

Maar dat is niet zomaar wat. Geloofsbelijdenissen zijn driedimensionale teksten. Ze hebben een dynamiek naar binnen, naar buiten en in de tijd. Naar binnen, omdat ze de kerk of de individuele belijder dwingen tot de kern te komen: wat geloof je nou eigenlijk? Naar buiten, omdat de kerk met een geloofsbelijdenis aan mensen van buiten laat zien waar haar hart klopt. En in de tijd. Een kerk bouw je niet met blokken geloofsgraniet. Een kerk bouw je met levende mensen, leerlingen die op zoek zijn naar, en onderweg zijn met, een Levende God.
In elke tijd springen andere geloofskernen naar voren, en soms moet de leerling-kerk ook vaststellen dat ze het geloof in het verleden op onderdelen niet helemaal goed op papier heeft gezet. Ook andersom trouwens: het is altijd de kerk van alle tijden en van alle plaatsen die belijdt. In haar belijden houden generaties van leerling-gelovigen elkaar bij de les.
Dat je soms met gemengde gevoelens terugkijkt op eerder belijden, geeft niks. Wie een credo schrijft, probeert een mysterie in te pakken. Een hachelijke onderneming, uit de aard der zaak. Zoiets als proberen wind te temmen, of liefde weer te geven in een getal met tienden achter de komma.
Dat laatste, gek genoeg, geeft hoop. A fools hope, nee: dichtershoop. Want als alle taalregisters falen, is er nog één over: poëzie. Een credo is de tekst bij uitstek waar de dichters de geloofsleer, de dogmatiek moeten terugveroveren op de theologen. Dus pak ik mijn klooster-opschrijfboek, leg ter inspiratie mijn kerkboek open bij de geloofsbelijdenis van Nicea (de meest dichterlijke van allemaal), pak mijn pen, en schrijf de eerste, meest voor de hand liggende zin.

En daar gaat het al mis. Ik schrijf: Ik geloof in God, en denk: nee. Dit gaat mis in alle drie dimensies tegelijk. Niet dat ik niet in God geloof (eerste dimensie), maar als belijdenis is het te mager. Ik hoor de vraag van niet-gelovigen (tweede dimensie): geloof jij in God? Ze bedoelen gewoonlijk: geloof je dat God bestaat? Als ik dus uitspreek ‘Ik geloof in God’, zeg ik voor hun oren niet veel meer dan dat ik geloof dat hij bestaat. En ik hoor de broer van de Heer zeggen: ‘Dat geloven de duivels ook, en ze sidderen.’ Hij bedoelt: nu nog in beweging komen, leven, zoals Hij leeft. Geloven dat God bestaat is te statisch (derde dimensie).
Ik zet een kruisje door het woord ‘in’. Dat dus niet. Maar wat dan? Na een hele tijd tobben voel ik me ineens precies zoals wanneer ik weer eens wanhopig naar de bril zoek, die op mijn neus staat. Het stáát er al. Ik geloof God.
Die formulering verandert alles. Want als ik van iemand zeg dat ik hem of haar geloof, belijd ik dat zij iets gezegd en/of gedaan heeft dat geloofwaardig is, dat mij overtuigt. Als ik zeg dat ik God geloof, zeg ik ineens niet meer alleen dat God bestaat, maar dat ik hem ervaar als iemand die handelt en spreekt, op een manier die voor mij overtuigend en geloofwaardig is.
Bijna op hetzelfde moment bedenk ik dat dit ook haaks staat op het Kuitert-cliché dat ‘elk spreken over boven beneden begint’. Wat is dat zinnetje eind vorige eeuw braaf door talloze gelovigen nagebazeld, onder dwang van een bepaalde wetenschapsopvatting, uit pure verlegenheid met de onbewijsbaarheid van God! Terwijl het alleen al argumentatief onzin is. Best geinig, ik geloof God als een onbekommerd antwoord op de vrijzinnigheid van de twintigste eeuw, die zo kon koketteren met haar eigen godsverlegenheid.
Maar daarmee zijn we er nog niet. Want christenen geloven niet elke god, niet om het even welke god. We geloven God zoals hij zich in de eerste plaats in zijn Zoon heeft laten kennen. En vervolgens ook in al zijn andere mensenkinderen. Daarvan is de weerslag te vinden is in zijn boek. We geloven de God van wie we op onze beste momenten de Geestkracht voelen in onszelf.
In de spiritualiteit van het Jongerenklooster krijgt de geloofsbelijdenis van Nicea (in de kern uit 325 na Christus) een ereplaats. De belijdenis van God als schepper heeft in het Jongerenklooster een bijzondere dynamiek. De ‘lofzegging’ waar onze kloosterregel-in-wording mee opent, bevat onder meer deze zinnen: ‘De belijdenis van God als Schepper is een tegenwoordige tijd. Hij is niet de God die ooit eens ergens iets geschapen heeft. Creëren is wat hij doet, het is zijn aard. Scheppen is zijn wezenskenmerk. Hij is de God die telkens weer nieuwe beginnen (mogelijk) maakt.’
Maar daaraan vooraf gaat in de belijdenissen altijd Gods vaderschap – Ik geloof in God de Vader… – en niet voor niks. Omdat God Vader wil zijn, ontspruiten de beginnen die hij scheppend maakt altijd aan zijn liefde.

Ik geloof de God die Vader is.
Schepper van elke keer weer een nieuw begin
in de wereld en in mij.

Die laatste zin floepte er zomaar uit. Maar hij voegt wel degelijk iets toe. In deze tijd, waarin we geneigd zijn ‘achter de voordeur’ te geloven, plaatst deze zin de Vader weer in het hart van zijn schepping. In een tijd waarin de hele wereld om jou persoonlijk schijnt te moeten draaien, draait deze formulering de volgorde om: de wéreld – en jij. Het is ook een activerende zin. Omdat ik de nieuwe beginnen ken die Vader God in mij gemaakt heeft, gooi ik de voordeur open en ga ik kijken of ik mee kan werken aan de nieuwe beginnen die hij in de wereld maken wil.

Dan Christus. Licht uit Licht, zingt Nicea. Dat móet erin!
In de Lofzang van het Jongerenklooster wordt hij beleden als hét nieuwe begin dat God maakt. ‘Hij ging, in een wereld die draaide om status, macht en winst, de weg van god. Hij genas mensen, naar lichaam en ziel, hij diende ons, waste onze voeten. Hij verdroeg onze traagheid, onze onwil, onze zelfzucht, ons gebrek aan vertrouwen en aan moed, onze uitsluitingsmechanismen en onze afrekencultuur. En ging er niet in mee. Hij durfde ánders te zijn, Mens van God.’
Jezus was Mens van God, op straffe van de afgrond, gaat de Lofzegging verder. In Jezus werd God tot op het bot deelgenoot van onze rottigheid, liet hij zien dat ons duister hem niet te zwart is, onze afgrond hem niet te diep. Maar: ‘Drie dagen nadat hem dat de kop kostte, ervoeren de ooggetuigen stamelend de scheppingskracht van God op zijn onwaarschijnlijkst. Ze beleden hakkelend wat ze meemaakten bij een lege tombe: een herschepping met macht over de dood, een opstaan dat zelfs de grens van het graf tart.’
Belijden is getuigen. En juist daar zit een probleem. Want wat getuig ik? Dat God bestaat? Dat kan ik niet bewijzen. Dat getuigenis houdt voor geen rechter stand. Maar dat ik hem geloof als ik zijn spreken hoor, daar kan ik voor staan.
Wat getuig ik, vandaag, op Pinksterzondag 2020? Dat Jezus opgestaan is uit de dood? Dat kan ik niet bewijzen. Dat getuigenis houdt voor geen rechter stand. Maar als ik het goed begrepen heb, is dat ook niet de kern van het getuigenis van de discipelen. Ze wisten zelf ook niet precies wat ze meemaakten op de Paasmorgen. Al snel sloop zelfs de twijfel er weer in. En ze claimden al helemaal niet dat ze begrépen hadden wat ze gezien hadden. De harde kern van hun getuigenis was dit: dat de manier waarop Jezus zijn leven leidde, gaf en terugclaimde op de dood, van beslissende betekenis was voor hun eigen leven. Het gaf hen de moed zélf op te staan uit de dood van hun bestaan, keuzes te maken, een nieuw leven. Een gered, geheiligd leven. Dát gingen ze rondbazuinen, geestdriftig, en met een Geestkracht die nog steeds verbazing en bewondering wekt. Ze durfden ánders te leven, de wereld te veranderen, omdat ze wisten dat wat voor hen gold, ook voor andere mensen waar kon worden. Het verhaal van de Levende kan élk mensenleven beslissend veranderen. Op een manier waarop niets of niemand anders dat kan.
Dát is mijn geloofwaardige getuigenis. Het verhaal van de Levende heeft mijn leven beslissend veranderd, op een manier waarop niets of niemand anders dat kan. Omdat geen god mij in mijn duister zó nabij durfde zijn.

Ik geloof de Zoon die Redder is.
Licht uit Licht, die zelfs het diepste duister kent
in de wereld en in mij.

Die toevallige laatste regel van het eerste couplet is al even terloops een refreinzin geworden. Ik laat hem staan. Hij doet het goed.
Over de Heilige Geest heeft Nicea ook een regel die per se in het lied moest. Daar kon het mooi op eindigen: ‘Die Heer is en het leven geeft / aan de wereld en aan mij.’ Maar het ging anders. Want de kern van wat de Geest doet is je steeds weer bepalen bij je vrijheid in Christus (Gal.5:24-25, 2Kor.3:3-18), en een gave van de Geest is (1Kor.12) genezing. Met bevrijding ben je dus terug bij Christus, met genezing (herschepping!) bij de Schepper-Vader. ‘Die van de Vader en de Zoon uitgaat ‘, zingt Nicea in de enige tekstwijziging die ze ooit heeft ondergaan. In 589 besloot het derde concilie van Toledo het woordje filioque toe te voegen, en de Zoon. Ik vond het mooi om dat recht te doen in deze tekst.
De Geest, belijd ik, is degene die je aanmoedigt om jezelf en anderen de fouten te vergeven ‘om Jezus wil’, en die je aanmoedigt om weer onbekommerd iets van de goede God te laten zien aan de mensen om je heen.

Ik geloof de Geest die levend maakt:
Kracht van God, die vrijheid en genezing brengt
in de wereld en in mij.

Bij het herlezen van de drie coupletten, valt iets op dat ik nog niet eerder gezien had: de geloofsbelijdenis is nu een drievoudig de profundis. Natuurlijk is een geloofsbelijdenis een lofzegging. Je belijdt natuurlijk de grootheid van God. Maar ook de noodzaak van steeds weer een nieuw begin, de diepte van het donker en de noodzaak tot bevrijding en genezing moeten erkend worden. In de wereld en in jezelf. Anders belijd je een geloof dat de afgrond verzwijgt.
Er is nog één probleem. Licht uit Licht, Kracht van God – ik voel aankomen dat de componist van dit lied in de problemen gaat komen met het ‘Schepper van’ uit de eerste regel. Een betere formulering komt er echter niet, dus stuur ik de tekst maar op. Twee weken later speelt Jan Willem van Holst zijn melodie voor, vlak voor alweer een middaggebed in de kloosterkerk. En ineens weet ik het: Scheppingskracht. Ik had dat woord al eerder overwogen, maar te vroeg. Ik gooide het overboord omdat ik het te onpersoonlijk vond, te dicht aankruipend tegen het modieuze ietsisme waarin mensen wel geloven in ‘iets als een energie ofzo…’ Maar nadat de openingszin God heeft geintroduceerd als degene die geloofwaardig spreekt en handelt, durf ik het wel aan. En zo staat daar, aan het eind van een heel proces vol angst en beven, wikken en wegen, toch ineens een credo, een lied ook nog. Met een melodie die klinkt alsof hij er altijd al was, en toch nooit is gaan vervelen. En neem ik het graag op de lippen:

Ik geloof de God die Vader is.
Scheppingskracht. Hij maakt steeds weer een nieuw begin
in de wereld en in mij.

Ik geloof de Zoon die Redder is.
Licht uit Licht. Die zelfs het diepste donker kent
in de wereld en in mij.

Ik geloof de Geest die levend maakt.
Kracht van God. Die vrijheid en genezing brengt
in de wereld en in mij.

PS. Nieuwsgierig naar de melodie? De bladmuziek en de ingezongen eerste en tweede stem vind je hier.

Mooi filmpje met Mirjam

Kijk nou! Jongerenkloosterling-van-het-eerste-uur Mirjam legt uit wat ze op het Jongerenklooster zoekt. En vindt.

Getriggerd? Kom langs! Bijvoorbeeld op de open ochtend op zaterdag 29 februari! 10.00 u., Vulikerweg 6, Diepenveen. Aanmelden met een mailtje naar welkom@jongerenklooster.nl.

OPEN HUIS JONGERENKLOOSTER

Er zijn open ochtenden om eerst eens kennis te maken, te proeven en te ruiken aan de plek. De data van de open ochtenden in 2020 zijn de volgende zaterdagen: 25 januari; 29 februari; 18 april; 23 mei en 6 juni. Het programma is dan als volgt:

10.00 Welkom, koffie/thee, kennismaken, rondleiding, vragen
12.00 Middaggebed in de Kloosterkerk
12.30 Lunch
13.30 Einde en vertrek

Graag via dit mail adres welkom@jongerenklooster.nl aanmelden of je naar een open ochtend komt

Kloosterfestival

Welkom op het winter kloosterfestival! 27-29 december 2019

Kom naar het tweede Kloosterfestival in Deventer!

kloosterfestival augustus 2019

Blok deze zomer 22 t/m 25 augustus in je agenda voor het tweede Kloosterfestival: kamperen rond de oude kloosterkerk.
Nu nog voller en gevarieerder programma vol inspiratie en bezinning.

Tof met jongeren: workshops, optredens, bandjes, singer-songwriters, feest en gesprekken, ontmoeten.

Maar ook biertje drinken in de gezellige Kloosterkroeg. Check snel het programma.

Heb je ook zin te komen? Vraag je vrienden mee en beleef samen een geweldige tijd.

AD schrijft over het Jongerenklooster in de weekendspecial

AD schrijft over jongerenklooster SION in weekendbijlage

Aanstaand weekend, zaterdag 13 april, besteedt het Algemeen Dagblad in een bijlage uitgebreid aandacht aan het Jongerenklooster. Journalist Jette Pellemans dwaalde een dag door de kloostergangen hetgeen resulteerde in een interessant artikel. Daarin beschrijft zij het leven in het Jongerenklooster, de bewoners, de gebruiken en onze visie. Ook heeft zij portretten gemaakt van drie van onze jongeren.

Wil je meer weten over het Jongerenklooster of een keertje sfeer proeven?

De heilige Bernardus van Clairvaux het Jongerenklooster ingedragen?

De heilige Bernardus van Clairvaux ging deze maand toch wel op een aparte manier (weer) het klooster in. Lees hoe de jongeren van het Jongerenklooster hem onthaalden.

 

Beeld van de heilige Bernardus van Clairvaux in het Jongerenklooster Sion

 

 

Het Jongerenklooster heeft een prachtig handgesneden houten beeld gekregen van de heilige Bernardus van Clairvaux die in de 12e eeuw leefde en die de oprichter is van de orde van de Cisterciënzers, beter bekend als de Trappisten. Het beeld is aan het Jongerenklooster geschonken door de trappistenabdij Koningshoeven in Berkel Enschot. Het is een passend beeld, mede omdat de voormalige abdij Sion ook een trappistenabdij was.

 

De jongeren van het Jongerenklooster dragen Bernardus van Clairvaux het Jongerenklooster in

 

 

Op zaterdag 29 december werd het beeld van Bernardus tijdens het kloosterfestival – wintereditie ontvangen door de jongeren. Met gepaste eerbied – en humor – werd het beeld naar binnen gedragen en heeft het een plekje gekregen op de trappen die toegang geven tot het Jongerenklooster. Daar biedt Bernardus elke passerende met opgeheven hand de zegen aan – of is het een high five?

Beeld Bernardus van Clairvaux kado voor het Jongerenklooster

Dom Bernardus Peeters van trappistenabdij Koningshoeven op bezoek bij Jongerenklooster

Abt Bernardus Peeters van Koningshoeven vertelde bij het aanbieden van het beeld over de herkomst: “Het beeld is gesneden rond 1953 in de Duitse Cisterciënzer abdij Mariawald (gelegen in de Eifel bij Heimbach) door een monnik Meinrad Behren die later abt van de gemeenschap zou worden.”
Het Jongerenklooster is abt Bernardus en de broeders van Koningshoeven zeer erkentelijk voor dit prachtige cadeau.

foto’s: ©Eiko Waleson

 

Wil je het beeld ook eens zien in het jongerenklooster? Kom langs.

Nieuwe Klokkenluiders in het Jongerenklooster

Jongerenklooster Nieuw Sion Diepenveen

De klokken luiden weer!

Toen de monniken vertrokken, nam de directe omgeving van Sion afscheid van een vertrouwd gebruik. Iets wat onlosmakelijk verbonden leek te zijn met het leven in de buurt van een klooster, verdween. Het luiden van de klokken, door de dag heen. Het gaf vorm en structuur. Niet alleen voor het klooster zelf, maar ook voor de omgeving. En in 2015 gebeurde dat ondenkbare: de monniken verlieten Sion. De toekomst onzeker. Zou het gebouw een schaduw worden, een lege herinnering aan betere tijden? Iets wat nooit meer hetzelfde ritme en warmte van het getijdengebed zou dragen?

In september 2018 is een aantal twintigers neergestreken in de oude Abdij, waaronder ik. Inmiddels is het klooster omgedoopt tot Nieuw Sion. Wij wonen er nu een paar maanden of langer en zijn op zoek naar rust en stilte. Na een tijdje hier gewoond te hebben, vingen we een geluid op uit de omgeving. Een vraag naar het vertrouwde signaal van de klokken. Dus zetten wij trots de traditie voort. Het luiden van de klokken gaat door en het ritme wordt weer opgepakt.

Iets wat voor de omgeving zo vertrouwd was, hervindt nu met ons als tijdelijke bewoners, een nieuwe vorm. Iedere dag worden nu steevast viermaal de klokken geluid. Daarmee  zijn de ijkpunten van rust en gebed terug. In het begin is het nog wel een beetje zoeken. Want hoe lang en hoe hard luid je zo’n klok eigenlijk? Weet iemand die dit leest eigenlijk? Geef anders door. Maar de omgeving kan gerust zijn in het idee dat de getijden door worden gebeden op Sion. En dat wij de omgeving regelmatig meenemen in ons gebed. Een nieuwe traditie, een volgende generatie, maar een gebed dat door de eeuwen blijft weerklinken.

Tim Tilleman woont sinds oktober 2018 in het Jongerenklooster

 

Citaat uit het Jongerenklooster: “Jezus’ startup…”

“Jezus had ook een startup, een tamelijk succesvolle…”

Laurent Nouwen vertelt over zijn broer Henri Nouwen in het Jongerenkloosterwas het antwoord van Laurent Nouwen, jongere broer van de bekende en breed gelezen en geliefde priester-schrijver Henri Nouwen, op de vraag van een jongere. Laurent Nouwen was in het jongerenklooster op vrijdag 14 december, als spreker in het vormingsprogramma.

Zijn snedige antwoord kwam op de vraag van één van de jongeren, die wilde weten hoe de oproep van Henri Nouwen om nederig en dienstbaar te zijn zich verhoudt tot de competitieve omgeving waarin hij als ‘young professional’ zijn eigen startup aan het opzetten is. Laurent nam de jongeren mee door enkele sleutelelementen uit het werk en de spiritualiteit van zijn broer Henri. Op YouTube is veel materiaal te vinden over Henri Nouwen en zijn werk.

Het vormingsprogramma is onderdeel van het verblijf van de jongeren in het jongerenklooster. Op vrijdagochtenden is er vaak een spreker over een theologisch, spiritueel of monastiek thema.

 

Op 7 december spraken de jongeren met Berthilde van der Zwaag, auteur van het boek ‘Als Christus verschijnt’ Berthilde van der Zwaag - Als Christus verschijnt - boek - het Jongerenklooster waarin zij verslag doet van haar onderzoek naar de verhalen van mensen die een Christusverschijning hebben meegemaakt. ‘God ervaren – kan dat?’ was het thema van die ochtend waar van der Zwaag een goed opgebouwd betoog neerzette over de ervaringen die mensen kunnen hebben van ontmoetingen met Christus of met God.

 

 

Hoe begon het Jongerenklooster? Met één vraag!

“Zeg Ben, ik heb een ideetje”, schrijft Victor. “Ik leg het maar gewoon bij je neer, kijken wat het doet…”

Drie maanden later, in de dagen voor Kerst 2015 zit dat stomme idee nog steeds in m’n hoofd. Het zeurt en het lonkt, idioot als het is. Om ervan af te komen vertel ik het aan onze drie zoons. “Zeg jongens, ik loop met het idee voor een Jongerenklooster, een plek waar twintigers zoals jullie een tijdje kunnen wonen, voor maximaal een jaar, en waar vier keer per dag een getijdenviering wordt gehouden zoals in Taizé. Een plek waar je kan leren hoe je als christen kan leven in deze tijd en waar je het beste uit 1500 jaar kloostertraditie meekrijgt in een eigentijds jasje. Wat vinden jullie daarvan?”

“Haha pap, last van je midlifecrisis?”: dat is wat ik verwacht te horen. Maar na enige stilte hoor ik: “Hmm, dat zou best eens iets kunnen zijn. In onze vriendengroep zijn er wel mensen die dat zouden willen.” Verrast door dit antwoord vraag ik het aan kennissen met kinderen in dezelfde leeftijd. “Dat zou voor die van ons wel wat zijn”, is het antwoord.

Ik voel de onrust toenemen. Wat moet ik hier mee? En hoe moét dat dan? Ik heb er geen zin in om zo’n idioot idee op te pakken. En ben bang dat als ik dat wel doe, het vooral mijn eigen dromen zijn die ik najaag. Ik besluit niets te doen.

Nu, drie jaar later, is het Jongerenklooster er toch. Gestart op 1 september van dit jaar met vijf jongeren. Inmiddels zijn ze met z’n achten, en over drie maanden zullen er tien jongeren wonen. Vier keer per dag vieren ze het getijdengebed, geïnspireerd op de traditie van Taizé, in de oude Abtskapel van het Klooster Nieuw Sion in Diepenveen achter Deventer, waar het Jongerenklooster met open armen werd verwelkomd. Een team van zeven vrijwilligers, waarvan er twee ook in het Nieuw Sion complex wonen, draagt de organisatie van het Jongerenklooster. Samen met twee medebestuurders geef ik leiding. We zitten nog volop in de rollercoaster van ontwikkelingen. En er is een kloosterfestival dat eind december al z’n tweede editie heeft, na de zeer geslaagde zomereditie in de openingsweek van het Jongerenklooster.

“Zeg Ben, dat Jongerenklooster is een goed idee maar kan dat ook niet op andere plekken dan Diepenveen?”, vraagt een student uit Delft die ik in mei van dit jaar spreek op de ‘Live It!’-conferentie van IFES. Nu, ruim een half jaar later, zitten die woorden nog steeds in m’n hoofd…

Wéér een vraag?

 

-Ben Lamoree is de initiatiefnemer en oprichter van het Jongerenklooster en schrijver van deze blog.
-Victor van Heusden is samen met zijn vrouw Tonny de initiatiefnemer en oprichter van retraitecentrum De Spil in Maarssen (www.retraitecentrum.nl). Hij is op 11 november jl. overleden.

Gouden Kalf winnaar Elsbeth Fraanje op Kloosterfestival (wintereditie)

Gouden Kalf winaar Elsbeth Fraanje op WinterkloosterfestivalGouden Kalf winnaar Elsbeth Fraanje komt naar het Kloosterfestival (wintereditie), van 28 tot 30 december op Klooster Nieuw Sion in Diepenveen! De jonge tv-maakster bezocht de bijzondere kapelletjes die overal langs de Duitse snelwegen staan – Autobahnkirchen – zomaar tussen de benzinepomp en het fastfoodrestaurant. Ook mensen die nooit meer in een gewone kerk komen, komen daar, gaan er zitten, en schrijven hun verlangens en gebeden in het boek dat er voor hen klaar ligt. In tegenstelling tot de kerken, trekt de Autobahnkirche als grootste doelgroep jonge mannen.

Wat doen die mensen daar? Wat doet die plek met hen?, vroeg Fraanje zich af. De tv-maakster zocht ze op, en vroeg of ze hun verhaal mocht vastleggen. Dat leverde een ontroerende, en soms tot op het bot intieme documentaire op, die op het Nederlands Film Festial 2018 een Gouden Kalf won.

Op het Kloosterfestival (wintereditie), een uniek moment van feest, rust en bezinning in die rare dagen tussen Kerst en Oudejaar, zal Fraanje haar documentaire Snelwegkerk tonen – en erover in gesprek gaan met de bezoekers.

Gouden Kalf winnaar Elsbeth Fraanje naar winterkloosterfestival

Daarnaast is het festivalprogramma natuurlijk gevuld met workshops, waarin bezoekers onder meer kennismaken met echte monniken en kloosterzusters, met muziek en gezelligheid,een sleep-in-concert op het kloosterorgel, maar vooral met getijdengebeden – soms midden in de nacht! – in de gewijde stilte van de kloosterkerk van Klooster Nieuw Sion.
Ook zal er gelegenheid zijn om in een workshop kennis te maken met het Jongerenklooster, dat afgelopen zomer van start ging in het oude abdijcomplex in Diepenveen. Inmiddels wonen er acht jonge mensen in de groeiende gemeenschap van het Jongerenklooster. Hoe leven ze? Wat zoeken ze er? En wat vinden ze?

Het Kloosterfestival (wintereditie), van 28 tot 30 december) is het rustige zusje van het meer uitbundige KloosterFestival in de zomer (in 2019 van 22 tot 25 augustus, save the date!) dat door De Telegraaf enthousiast uit het geweld van de talloze zomerfeesten werd gepikt als ‘een wel heel bijzonder festival’

Bekijk het programma

Overweldigende media-aandacht

De lancering van de website en de persconferentie van het Jongerenklooster hebben tot enorme aandacht geleid in de media. Een prachtig filmpje met Debora Dijkstra en Rien van den Berg, in en om het Klooster Nieuw Sion van ‘NOS op 3’ is gepubliceerd op 7 april 2018.

Debora en Rien waren ook te gast in het Radio 1 programma ‘Met Het Oog Op Morgen’ op vrijdagavond 6 april. Op deze pagina kun je doorklikken naar het radioprogramma. Het interview start na 42 minuten en 12 seconden.

https://www.nporadio1.nl/nos-met-het-oog-op-morgen/onderwerpen/451105-gestresste-generatie-twintigers-kunnen-terecht-in-het-klooster

Het interview met Rien op Groot Nieuw Radio op 5 april kun je hier terugluisteren:

http://media.streampartner.nl/?usertoken=onda461d2f9e8028ec&itemtoken=20745e23593c00fa&comments=disable&image=http://www.grootnieuwsradio.nl/l/library/download/43906/gnr_960x328_denieuwemorgen.jpg&start=8220&controls=true

Dag6 onderzoekt het jongerenklooster

Een team van mediaplatform Dag6 bezocht laatst het Jongerenklooster op Nieuw Sion en bekeek het voor zichzelf. Bekijk  hun bevindingen. Wat denk je er zelf van?

Beraadsdag Jongerenklooster op Nieuw Sion

Op vrijdag 9 maart waren jongerenwerkers uit alle hoeken en gaten van het christelijk erf bij elkaar op Nieuw Sion voor een beraadsdag . Medewerkers van Youth for Christ, studentenbeweging IFES, de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) en de Unie van Baptistengemeente, onder anderen, dachten mee met team en bestuur van het jongerenklooster over verschillende aspecten van de opzet van het jongerenklooster.

Pierre Humblet, verantwoordelijke voor het ‘Huis van de Roeping’ van de KNR, zei: “Nieuw Sion is een bijzondere plek die jongeren kan helpen om tot zichzelf en tot anderen te komen, en daarbij inzicht te krijgen in de weg die ze kunnen gaan in het leven, en in hun eigen talenten en mogelijkheden.”

Joël de Vries, studentenwerker bij IFES Nederland, zei: “Ik spreek veel studenten die last hebben van keuzestress. Ze hebben zo veel mogelijkheden, maar vinden het moeilijk om plekken te vinden waar rust en ruimte bestaat. Het jongerenklooster kan zo’n plek zijn.”

Teamleider Hermen Keizer van Youth for Christ Deventer zei: “Ik word hier echt heel enthousiast over. Je begint met 15 jongeren, maar ik ben er van overtuigd dat het gaat groeien. Wat ik hoor is dat jullie aansluiten bij de thema’s die echt leven onder jongeren. Samen met de jongeren oplopen, een stukje perspectief bieden. Dat zal veel jongeren aanspreken.”